55 procent van de apps in de Google Play Store voldoet niet aan de AVG. Wat moet je als app-ontwikkelaar doen?

We maken op onze smartphones en tablets gebruik van diverse apps waarvan het merendeel niet rechtmatig persoonsgegevens verwerkt.

Volgens SafeDK – een softwarebedrijf die het gebruik van softwareontwikkelingskits (SDK’s) in mobiele apps controleert – voldoet 55 procent van de apps uit de Google Play Store momenteel (september 2018) niet aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Privacybeleid Apple appstore en Google Playstore

Apple en Google hebben aangekondigd binnenkort apps die niet aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AGV) voldoen te willen gaan verwijderen.

Veel organisaties focussen zich bij het ontwikkelen van verplicht privacybeleid op social media apps als Whatsapp, Facebook, Twitter en Instagram.

De rest van de apps op smartphones en tablets wordt vaak vergeten. Terwijl ook veel van die apps voor datalekken kunnen zorgen.

PrivacyZone.nl beschrijft in dit artikel de risico’s voor de bedrijven die eigen apps hebben en de gebruikers van deze apps.

 

Veel apps verzamelen de volgende persoonsgegevens:

 

  • Gebruikersnaam
  • Wachtwoord
  • Emailadres
  • Mobiele telefoonnummer
  • IP adressen, Cookie ID ́s, IMEI nummer en andere elektronische identifyers
  • Contacten uit het adresboek
  • Bestanden die op het apparaat voorkomen zoals foto’s, video’s en andere bestanden
  • Informatie die de appgebruiker in de app invoert
  • Bestanden die de appgebruiker via de app verstuurt
  • Informatie over het gebruik van de app
  • Beelden die van de appgebruiker worden gemaakt via de camera
  • Stemopnamen die van de appgebruiker worden gemaakt via de microfoon
  • Log-in gegevens van social media accounts
  • Locatiegegevens

Laten we eerst eens naar deze apps kijken vanuit het blikpunt van de gebruiker.

Medewerkers die de apps gebruiken.

Mogen / kunnen deze medewerkers zelf apps installeren op hun smartphone of tablet?

Wie controleert of de apps voldoen aan de AVG?

Worden de apps ook vermeld in het verwerkingsregister?

Wordt er bij de AVG awareness training ook aandacht aan de risico’s van apps besteed?

Hoe zit het met privégebruik van de zakelijke telefoon? Mag dat? Is daar beleid voor ontwikkeld?

En hoe zit het omgekeerd met het zakelijk gebruik van privé smartphones en tablets. Hoe groot is de kans op zakelijke datalekken door deze privétoestellen?

Is er een Bring Your Own Device policy?

En laten we vervolgens eens vanuit het oogpunt kijken van organisaties die zelf een eigen app voor smartphones of tablets laten ontwikkelen.

Ben je een ontwikkelaar van apps? Dan is het in verband met de AVG van belang om te controleren of deze app niet te veel gegevens verzamelt.

Apps voor smartphones en tablets maken gebruik van verschillende privacygevoelige technische opties op deze apparaten. Ze hebben bijvoorbeeld toegang tot positiegegevens, de camera, de microfoon en het adresboek van de gebruiker.

Veel van de gegevens waar de app toegang tot heeft zijn echter helemaal niet nodig voor de functionaliteit het programma.

 

Ontwikkelaars van apps overtreden vaak bewust of onbewust de nieuwe Europese privacyregels.

Een van die regels is bijvoorbeeld ‘dataminimalisatie’. De app mag niet meer gegevens verwerken of vragen dan absoluut nodig is om goed te kunnen functioneren.

Sommige apps willen voortdurend toegang tot bestanden, media en foto’s. Of deze autorisaties echt nodig zijn voor de functionaliteit van de app is dan twijfelachtig.

 

Elke gebruiker die een applicatie installeert, geeft toestemming voor de bijbehorende gegevensverwerking.

Overtreding van wettelijke voorschriften kan leiden tot ongeldigheid van de gehele toestemming. Dit kan voor de ontwikkelaar leiden tot juridische problemen.

Apps moeten voordat ze voor de eerdte keer worden geactiveerd volgens de AVG expliciet toestemming vragen voor de verwerking van persoonsgegevens. Aan die eis wordt door veel apps niet voldaan.

Veel apps maken gebruik van Amerikaanse of Aziatische webservers. Datatransmissie naar deze servers wordt als onveilig beschouwd.

Een app moet worden ontwikkeld in overeenstemming met de regelgeving inzake gegevensbescherming. In de toekomst zullen daar ook de bepalingen van de ePrivacy Verordening nog bij komsn. Deze ePrivacyregelgeving vervangt de bepalingen van de Telecomwet, die nu nog van toepassing is.

De oude en de nieuwe privacyregels bepalen dat er op een begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke manier toestemming moet worden gevraagd voor het verwerken van persoonsgegevens.

Aansprakelijkheid ontwikkelaar app

Als je een eigen app in de Google Play Store of de Apple App Store hebt moet je te allen tijde aan de toezichthouder kunnen aantonen dat je voldoet aan de bepalingen van de AVG.

De bewijsplicht strekt zich ook uit tot de beveiliging van gegevensverwerking, de bescherming van de rechten van betrokkenen en de naleving van de algemene gegevensbeschermingsbeginselen.

Je bent verplicht een verwerkingsregister bij te houden en effectbeoordelingen op het gebied van gegevensbescherming op te stellen.

Privacy by design & privacy by default

De Europese privacyrichtlijnen schrijven voor dat een interne strategie moet worden ontwikkeld voor de tenuitvoerlegging van de vereisten inzake gegevensbescherming.

Enerzijds moet de eigenaar van een app ervoor zorgen dat de Europese pivacyregels worden nageleefd.

Anderzijds moet hij de gebruiker de mogelijkheid bieden om het gebruik van zijn persoonsgegevens te controleren of te wijzigen.

Elke app moet zo worden geprogrammeerd dat hij alleen de gegevens verzamelt en opslaat die nodig zijn voor de gegevensverwerking.

Elke tik en elke veegbeweging is zo uniek dat je daarmee geïdentificeerd en gevolgd kunt worden

Dus jij dacht dat je alleen met cookies online gevolgd kunt worden? Fout. Elke beweging die je op je computer, smartphone of tablet maakt blijkt zo uniek te zijn dat je er ook mee geïdentificeerd en gevolgd kunt worden.

Wissen, typen, zoomen, schuiven, vegen.

De bewegingen die we maken op onze touchscreens zijn net zo onmiskenbaar en uniek als onze signatuur, blijkt uit onderzoek van een onderzoeksteam van de Australian Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (CSIRO).

“Met onze methode kunnen we gebruikers heridentificeren met een slagingspercentage van meer dan 90%”, melden de onderzoekers.

Om erachter te komen hoe hoog de informatiekwaliteit van de individuele touchgegevens werkelijk is, werd de toepassing TouchTrack ontwikkeld, die nu ook beschikbaar is in Google’s PlayStore.

In de app zijn verschillende kleine open-sourcespellen geïntegreerd die met typische aanraakbewegingen werken.

De gegevens van 89 proefpersonen werden vervolgens wiskundig onderzocht op uniciteit

Het resultaat: Zelfs enkele voorbeelden van een enkele beweging (bijvoorbeeld naar links vegen over het scherm) bevatten belangrijke informatie over de gebruiker.

Hoe meer gegevens van verschillende bewegingen, hoe beter gebruikers kunnen worden herkend.

Bijzonder duidelijk zijn de veegbewegingen en het handschrift op het scherm. Bewegingen typen of iets minder schrijven op een touch-toetsenbord.

Moeten onze aanraakgegevens beschermd worden?

Het is niet verwonderlijk dat de informatie over waar en hoe we ons touchscreen aanraken zo gemakkelijk toegankelijk is. Anders konden we niet communiceren met onze apps op smartphones of tablets.

De onderzoeksresultaten zijn vooral interessant omdat aanraakgegevens zo gemakkelijk toegankelijk zijn en tot nu toe weinig aandacht hebben gekregen in het publieke discours over tracking en privacy.

In hun artikel wijzen de onderzoekers op een aantal bijzondere kenmerken en risico’s van deze gegevens en de daarop gebaseerde tracking:

Vergeleken met “gebruikelijke” traceermechanismen, bijvoorbeeld op basis van cookies, browser vingerafdrukken, browser user agents, log-ins en IP-adressen, zijn er verschillende factoren die tracking op basis van aanraakinformatie potentieel risicovoller maken.

Terwijl de andere mechanismen virtuele identiteiten zoals online profielen volgen, heeft touch-based tracking het potentieel om de werkelijke (fysieke) persoon op het apparaat te volgen en te identificeren.

Meerdere gebruikers die hetzelfde apparaat gebruiken kunnen gevolgd worden en van elkaar onderscheiden.

Bovendien maakt het continue tracering van gebruikers mogelijk en leidt het tot “cross-device tracering”, waardoor een gebruiker eventueel via meerdere mobiele apparaten kan worden gevolgd.