Hackers kunnen dankzij privacywet heel eenvoudig jouw gegevens opvragen bij bedrijven

Hoe snel voldoet de organisatie waar jij voor werkt aan een verzoek van een klant om een overzicht van alle persoonsgegevens die van hem of haar zijn opgeslagen? Wordt ook gecontroleerd of degene die de gegevens opvraagt ook echt degene is waarvan de gegevens zijn?

Hackers kunnen volgens veiligheidsonderzoeker James Pavur van de Oxford University dankzij de Europese privacywet heel eenvoudig aan persoonsgegevens komen. Pavur ontdekte tijdens een test dat hij zonder problemen de gegevens van iemand anders kon opvragen.

Bedrijven zijn op basis van de AVG verplicht om op verzoek in detail aan te geven welke gegevens zij van een gebruiker hebben opgeslagen.

Er wordt echter niet precies aangegeven hoe de bedrijven moeten controleren of de gebruiker de gegevens zelf of iemand anders met kwade bedoelingen opvraagt. Pavur probeerde uit of hij de gegevens van zijn vriendin – met haar toestemming – van de bedrijven kon krijgen zonder dat hij een identiteitskaart hoefde te tonen.

Het resultaat is schrikbarend: Pavur stuurde 150 onderzoeken om informatie op basis van de AVG.

In 72 procent van alle gevallen kreeg hij het antwoord dat de bedrijven daadwerkelijk gegevens opslaan.

In 24 procent van de gevallen sturen de bedrijven eenvoudigweg alle opgeslagen bestanden met gegevens zoals geboortedata, adressen of betalingsgegevens.

Nog eens 16 procent vroeg alleen om gemakkelijk te onderzoeken informatie, zoals de geboortedatum of creditcardnummers, die Pavur al van de eerste 24 procent van de verstrekkers had gekregen.

De conclusie van Pavur: “Bedrijven staan vaak onder druk om de Algemene Verordening Gegevensbescherming na te leven en snel te reageren op vragen. De aanvragen om inzage in persoonsgegevens worden vaak afgehandeld door bedrijfsjuristen of hun helpers en niet door veiligheidsdeskundigen, die misschien meer achterdochtig zijn.”

Sites met Facebook Like button overtreden privacywet volgens Europese Hof van Justitie

Websites met een likeknop van Facebook zijn volgens het Europees Hof van Justitie verantwoordelijk voor het doorsturen van persoonsgegevens naar het sociale netwerk.
Het Europese Hof deed een verstrekkende uitspraak in een zaak tegen de Duitse webshop Fashion ID van Peek & Cloppenburg.

Op de site FashionID.de is een likebutton van Facebook geplaatst. Hiermee kunnen gebruikers ervoor kiezen Fashion ID op Facebook te volgen.
Maar de like button zorgt er meteen ook voor dat op de achtergrond aan Facebook wordt doorgegeven welke internetgebruikers op een websitepagina zijn geweest.

Facebook gebruikt de informatie om bijvoorbeeld een profiel samen te stellen waarmee op basis van het surfgedrag van klanten doelgericht advertenties kunnen worden getoond.

Volgens de aanklagers gebeurde dit bij Fashion ID zonder dat gebruikers vooraf om toestemming werden gevraagd.

Volgens het Europees Hof van Justitie is in dit geval zowel Fashion ID als Facebook verantwoordelijk voor de gegevensverzameling.

De Duitse site zou zijn gebruikers daarom ook duidelijk moeten vertellen dat gegevens met het sociale netwerk worden gedeeld.

Het arrest van het Hof wordt gedeeld met het Duitse gerechtshof, dat een oordeel in de zaak zal vellen. De Europese uitspraak kan echter gevolgen hebben voor toekomstige zaken bij Europese rechtbanken.

Consequenties voor meer Europese sites

Het oordeel kan ook consequenties hebben voor andere websites die likeknoppen voor Facebook tonen. De uitspraak kan ertoe leiden dat sites explicieter toestemming moeten vragen voor het tonen van een likeknop, net zoals er nu toestemming nodig is om cookies te plaatsen en persoonsgegevens te verwerken. De knop valt immers onder gegevensverwerking.

Websites zijn volgens het Hof alleen verantwoordelijk voor het doorsturen van persoonsgegevens naar Facebook. Als het sociale netwerk die data eenmaal in handen heeft, dan kan een site niet verantwoordelijk worden gehouden voor wat er vervolgens mee gebeurt.

Sites met Facebook Like button overtreden privacywet volgens Europese Hof van Justitie

Websites met een likeknop van Facebook zijn volgens het Europees Hof van Justitie verantwoordelijk voor het doorsturen van persoonsgegevens naar het sociale netwerk.
Het Europese Hof deed een verstrekkende uitspraak in een zaak tegen de Duitse webshop Fashion ID van Peek & Cloppenburg.

Op de site FashionID.de is een likebutton van Facebook geplaatst. Hiermee kunnen gebruikers ervoor kiezen Fashion ID op Facebook te volgen.
Maar de like button zorgt er meteen ook voor dat op de achtergrond aan Facebook wordt doorgegeven welke internetgebruikers op een websitepagina zijn geweest.

Facebook gebruikt de informatie om bijvoorbeeld een profiel samen te stellen waarmee op basis van het surfgedrag van klanten doelgericht advertenties kunnen worden getoond.

Volgens de aanklagers gebeurde dit bij Fashion ID zonder dat gebruikers vooraf om toestemming werden gevraagd.

Volgens het Europees Hof van Justitie is in dit geval zowel Fashion ID als Facebook verantwoordelijk voor de gegevensverzameling.

De Duitse site zou zijn gebruikers daarom ook duidelijk moeten vertellen dat gegevens met het sociale netwerk worden gedeeld.

Het arrest van het Hof wordt gedeeld met het Duitse gerechtshof, dat een oordeel in de zaak zal vellen. De Europese uitspraak kan echter gevolgen hebben voor toekomstige zaken bij Europese rechtbanken.

Consequenties voor meer Europese sites

Het oordeel kan ook consequenties hebben voor andere websites die likeknoppen voor Facebook tonen. De uitspraak kan ertoe leiden dat sites explicieter toestemming moeten vragen voor het tonen van een likeknop, net zoals er nu toestemming nodig is om cookies te plaatsen en persoonsgegevens te verwerken. De knop valt immers onder gegevensverwerking.

Websites zijn volgens het Hof alleen verantwoordelijk voor het doorsturen van persoonsgegevens naar Facebook. Als het sociale netwerk die data eenmaal in handen heeft, dan kan een site niet verantwoordelijk worden gehouden voor wat er vervolgens mee gebeurt.

RDW doet aangifte bij politie wegens illegale handel in kentekengegevens

De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) met heeft aangifte gedaan bij de politie wegens illegale handel in privégegevens van Nederlandse automobilisten. Dat heeft de RDW gedaan na berichtgeving door RTL Nieuws.

De RDW verzorgt de uitgifte van alle kentekens voor auto’s, motoren, bromfietsen en boten in Nederland. De dienst heeft vestigingen in Groningen en Veendam.

Volgens RTL is het mogelijk om via internet aan de hand van een kenteken te laten uitzoeken wie de eigenaar van een voertuig is. Dat zou 50 tot 150 euro kosten. Het aanbieden van deze gegevens is echter in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Het achterhalen van de eigenaar achter een kenteken kan op verschillende manieren worden misbruikt, melden experts aan RTL Nieuws. Zo kunnen dieven bijvoorbeeld de eigenaren van dure auto’s op de parking bij Schiphol achterhalen, zodat ze weten dat die mensen op vakantie zijn. Daarna kunnen ze inbreken bij hun huis. Ook kan de informatie gebruikt worden voor lastigvallen en intimidatie.

‘Meerdere keren per week’

De handvol accounts die nu actief zijn in het aanbieden van persoonsinformatie achter kentekens, zeggen tegen RTL Nieuws dat ze dat meerdere keren per week doen.

RDW weet nog niet hoe kwalijk de praktijk is: ‘We moeten eerst uitzoeken wat er precies gebeurt, of deze mensen de informatie rechtstreeks uit de RDW-registers halen.’

Ook andere organisaties hebben toegang

De RDW is niet de enige instelling die toegang heeft tot het kentekenregister. De politie, de Belastingdienst, het Centraal Justitieel Incassobureau en gemeenten kunnen de gegevens ook zien.

De RDW beheert 11,5 miljoen Nederlandse kentekens. Het registreert niet alleen de technische gegevens van het voertuig, maar ook de naam, adres en woonplaats van de eigenaar.

In het register staan alle voertuigen in Nederland die een kenteken moeten hebben. Dat zijn auto’s, bestelbussen, vrachtauto’s, bussen, bromfietsen, motoren, aanhangers, caravans, vrachtwagenopleggers en snorfietsen.

Fraudehelpdesk krijgt tik op de vingers van Autoriteit Persoonsgegevens

De Fraudehelpdesk mag niet langer de persoonsgegevens van tipgevers die e-mails en andere berichten met phishing naar hen sturen verzamelen. Dat heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) dinsdag aan de NOS verteld.

De Fraudehelpdesk ontving iedere maand tussen de 80.000 en 100.000 tips over phishingmails. Deze tips werden gebruikt om phishingcampagnes en andere online oplichtacties in beeld te brengen.

Maar de Fraudehelpdesk verwerkt dankzij alle tips ook meteen persoonsgegevens van tipgevers. Het gaat dan vooral om namen, adresgegevens en e-mailadressen van de afzenders. Dat mag volgens de AP niet.

Volgens de AP heeft de organisatie haar “huiswerk niet op orde”.

De Autoriteit Persoonsgegevens weigert daarom om de Fraudehelpdesk een vergunning voor de gegevensverwerking te verlenen. Die vergunning is vereist omdat phishingmails strikt gezien strafrechtelijke gegevens bevatten.

De helpdesk kon volgens de AP niet goed duidelijk maken waarom persoonsgegevens verwerkt moesten worden.

Het is nog wel toegestaan om tips naar de Fraudehelpdesk te sturen. Niets in die tips mag echter terug te leiden zijn naar een persoon. Ook mag de helpdesk niet meer doorvragen om meer informatie te bemachtigen.

Amazon bekent dat Alexa zelfs gegevens opslaat die je denkt te hebben verwijderd

Amazon overtreedt de Amerikaanse en Europese privacywetgeving op grove wijze. En dat heeft het bedrijf nu ook zelf toegegeven.

Amazon heeft bijvoorbeeld bekend dat zijn spraakassistent Alexa zelfs logs opslaat die je al verwijderd hebt.

Dit deed Amazon naar aanleiding van een brief van de Amerikaanse senator Chris Coons. Hij informeerde naar het privacybeleid van het bedrijf.

Amazon antwoordde dat het bedrijf sommige gegevens voor onbepaalde tijd bewaart. Plus, ze worden gedeeld met derden. En Alexa zit daar als een spil middenin.

Gesprekken die door Alexa worden opgenomen worden niet alleen door medewerkers van Amazon beluisterd, maar ook getranscribeerd en opgeslagen. Dat was sinds april 2019 al bekend geworden. En dat zorgde al voor veel ophef.

Maar daar houdt het nog niet op, blijkt nu. De duizenden medewerkers van Amazon die gesprekken via de spraakassistent kunnen volgen, kunnen ook locatiegegevens opvragen.

De Amerikaanse senator Chris Coons werd dat allemaal te veel. Hij wilde weten wat Amazon nog meer met de gegevens deed.

Coons informeerden bij het bedrijf naar de duur van de gegevensopslag. “We bewaren de stemopnames en transcripten van klanten tot de gebruiker ze verwijdert’, antwoordt Amazon. “Gegevens kunnen worden opgeslagen in een apart opslagsysteem.”

Maar in mei, na een CNET-onderzoek, kwam Amazon erachter dat Alexa gegevens als transcript blijft opslaan, zelfs als de gebruiker het audiobestand heeft verwijderd.

Alles voor prestaties

Met het oog op redelijk functioneren van Alexa kan volgens Amazon elke transactie of routinematig geplande activiteit die een gebruiker met zijn apparaat uitvoert, worden geregistreerd. Dus zelfs als u alle opnames van Alexa verwijdert, kan Amazon sommige gegevens bewaren – zogenaamd om de volledige functionaliteit van Alexa te garanderen.

Roemeense Autoriteit Persoonsgegevens legt boete van 130.000 euro op aan Italiaanse bank

De Autoriteit Persoonsgegevens van Roemenië heeft op 27 juni 2019 op basis van de Europese privacywet een boete van 130.000 euro opgelegd aan de UniCredit Bank.

De UniCredit Bank is beboet omdat in 2018 door een datalek de gegevens van meer dan 337.000 personen onrechtmatig aan derden werden doorgegeven.

UniCredit is een Italiaanse bank met activiteiten in 17 landen. Het bedrijf telde eind 2016 ongeveer 120.000 voltijdsmedewerkers verdeeld over 6200 kantoren.

De belangrijkste markt is Italië en verder is het bedrijf goed vertegenwoordigd in West- en Oost-Europa. De bank had eind 2016 een balanstotaal van 860 miljard euro.

Duitse Bundeskartellamt wil Facebook verbieden ook persoonsgegevens van gebruikers op andere kanalen te verzamelen

Het Duitse Bundeskartellamt gaat volgens de tabloid Bild am Sonntag Facebook verbieden gegevens te verzamelen via gekoppelde diensten zoals Twitter, game-apps en Facebook-dochterondernemingen WhatsApp en Instagram. Ook de “like me”-knop van Facebook zou de regels overtreden.

Bild am Sonntag beroept zich op een rapport waarin wordt gemeld dat Facebook in de komende weken op de hoogte zal worden gesteld van de beslissing.

Het Bundeskartellamt maakt zich vooral zorgen over de verzameling en het gebruik van gegevens uit bronnen van derden op Facebook. Dit gebeurt vaak zonder de uitdrukkelijke toestemming van de gebruiker.

Persoonlijke gegevens worden door Facebook samengevoegd en gebruikt voor reclamedoeleinden. Facebook maakt volgens het Bundeskartellamt misbruik van zijn dominante marktpositie.

Andreas Mundt, voorzitter van het Bundeskartellamt, had begin 2018 al aangekondigd dat de markt voor online reclame nader zou worden onderzocht.

Het is nog onduidelijk aan welke voorwaarden Facebook concreet moet voldoen. Volgens het rapport wilde het Bundeskartellamt in verband met de lopende procedure geen details verstrekken.

Facebook is al op de hoogte gebracht van de feiten en zou al hebben gereageerd. Een woordvoerster legde uit dat haar bedrijf de standpunten van het Bundeskartellamt niet deelt. Facebook klaagt dat in dit geval gegevensbescherming en antitrustwetgeving door elkaar worden gehaald; dit is volgens Facebook onaanvaardbaar.

21.000 klanten van VakantieVeilingen.nl geconfronteerd met een oud datalek uit 2014

21.000 mensen die tussen 2014 en 2015 een vakantie hebben gewonnen bij VakantieVeilingen.nl zijn deze week door een klant per mail geinformeerd over een datalek. Deze klant kreeg de adresgegevens in handen door een fout destijds van de helpdesk van de veilingsite.

De helpdesk stuurde per ongeluk een mail met een link naar de klant. Via deze link kon de klant toegang krijgen tot de klantgegevens van alle klanten. De klant heeft het bestand met alle contactgegevens vervolgens gedownload en daarna VakantieVeilingen.nl ingelicht over het lek.

Het bestand bevat de volledige namen, woonadressen, e-mailadressen en arrangementen van klanten die destijds hebben gewonnen. 

Jeroen

De klant noemt zichzelf Jeroen. In de mail die hij afgelopen week, ruim drie jaar na de ontdekking van het datalek, aan alle getroffen klanten stuurde zegt hij nu tot zijn opmerkelijke actie besloten te hebben omdat Vakantieveilingen nooit heeft gereageerd nadat hij het datalek had gemeld.

De late actie van de boze klant is een interessante kwestie voor de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Valt dit datalek nog onder de oude Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)? Heeft VakantieVeilingen het lek destijds gemeld? Of is er sprake van een nieuw datalek omdat de mail nu pas is verstuurd en sinds 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) geldt? Heeft VakantieVeilingen.nl (opnieuw) een datalekmelding gedaan?

Zo ziet de e-mail eruit

Mijn naam is Jeroen en ik heb, net als u, een veiling gewonnen bij VakantieVeilingen.

In 2015 heb ik contact gehad met de helpdesk van VakantieVeilingen. De helpdesk stuurde mij per mail een bevestiging waarin een link zat. Toen ik op de link klikte kreeg ik ongevraagd toegang tot de persoonlijke gegevens van ongeveer 21000 klanten van VakantieVeilingen.

Uiteraard heb ik per direct VakantieVeilingen hiervan op de hoogte gesteld. De link werd voorzien van een wachtwoord, echter heeft VakantieVeilingen tot nu toe nimmer de moeite genomen om haar excuses aangeboden of navraag gedaan over de door VakantieVeilingen verstrekte gegevens.

Wellicht neemt VakantieVeilingen naar aanleiding van deze mail wél de moeite om alsnog contact met mij op te nemen.

Overtreedt uitvaartorganisatie Dela de AVG door ongevraagd vingerafdrukken van overledenen te verwerken? Nee! Belachelijk?

Uitvaartorganisatie Dela kwam zaterdag in opspraak door berichtgeving van het consumentenprogramma Radar. Dela bleek sinds september voor commerciele doeleinden vingerafdrukken van overledenen af te nemen.

Meteen werd op social media om onderzoek door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) geroepen. Ten onrechte.

Nota bene gevoed door een onzorgvuldige jurist en onzorgvuldige gemakzuchtige knip-en-plakjournalisten die weekenddienst hadden bij landelijke media.

Vingerafdrukken zijn toch persoonsgegevens?

Dan moet er toch rekening gehouden worden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)? Dat die vraag meteen door het hoofd spookt bij veel mensen lijkt logisch. Vingerafdrukken zijn immers biometrische persoonsgegevens.

Mag een commerciele uitvaartorganisatie dan zomaar vingerafdrukken afnemen om die te verwerken in sieraden die uit winstbejag aan rouwende nabestaanden worden verkocht?

Mensen die nooit om toestemming zijn gevraagd of die vingerafdrukken überhaupt mochten worden afgenomen?

Radar stelde die vraag ook aan een deskundige. Advocaat Eric Osinga van Osinga Advocatuur werd benaderd als deskundige en gaf antwoord. En ging de fout in. “Dit mag niet zonder de nabestaanden vooraf om toestemming te vragen”, aldus Osinga. “Een vingerafdruk valt namelijk onder persoonsgegevens die je niet zonder toestemming mag verwerken. Die toestemming moet ook nog eens heel duidelijk zijn gegeven.”

Advocaat had beter moeten weten

Osinga had als advocaat beter moeten en kunnen weten. Hij had zich niet als advocaat moeten laten verleiden om in de media uitspraken te doen over zaken waar hij niet in is gespecialiseerd. Of hij had zich beter moeten voorbereiden. Een zoekopdracht was voldoende geweest.

Bij de eerste les over de AVG wordt behandeld wat persoonsgegevens zijn. Vingerafdrukken van dode mensen vallen daar niet onder. Het staat klip en klaar in de wet en op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens onder de kop Wat zijn persoonsgegevens.

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) geeft aan dat een persoonsgegeven alle informatie is over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Dit betekent dat informatie ofwel direct over iemand gaat, ofwel naar deze persoon te herleiden is. Gegevens van overleden personen of van organisaties zijn geen persoonsgegevens volgens de AVG.

 

Identiteitsfraude na de dood

Dat de vingerafdrukken van een overledene niet onder de AVG vallen is ogenschijnlijk best wel vreemd, omdat met deze biometrische gegevens ook na de dood nog identiteitsfraude gepleegd kan worden. Met vingerafdrukgegevens van doden zouden kwaadwillenden bijvoorbeeld nog smartphones kunnen unlocken en zo aankopen en betalingen kunnen doen.

 

Dood ben je geen persoon meer

De AVG is echter glashelder. Eenmaal dood ben je geen persoon meer. Dit is klip en klaar geen zaak voor de Autoriteit Persoonsgegevens. Dat had de deskundige die Radar benaderde ook moeten weten.

De Radar redactie valt niets te verwijten. Die deed navraag bij iemand waarvan verwacht mocht worden dat hij expertise heeft. Toch?

Radar had ook beter moeten weten. Waarom heeft de redactie Osinga eigenlijk benaderd? Niet iedere advocaat is meteen ook AVG-deskundige. Osinga is niet gespecialiseerd in privacywetgeving. Dat staat ook duidelijk op zijn website:

“Nadat ik ruim tien jaar als advocaat heb gewerkt, werd het tijd voor een eigen kantoor. Op 1 februari 2016 is Osinga Advocatuur te Utrecht opgericht. Mijn specialisatie is zorgverzekeringsrecht en algemeen verzekeringsrecht.”

Naambordjesaffaire Duitsland en Oostenrijk

De vingerafdrukkenaffaire heeft wel iets weg van de naambordjesdiscussie in Duitsland en Oostenrijk. Een ‘deskundige’ waarvan verwacht wordt dat hij op de hoogte is van de AVG geeft onjuist advies en zorgt daarmee vervolgens voor een mediagolf met onjuiste berichten. Iedereen roeptoetert elkaar in de media en op social media niet gehinderd door enige kennis na en zorgt daardoor voor onterechte verontwaardiging over de AVG of de toezichthouder die niets doet.

Advocaat vs advocaat

Advocaat Dirk-Jan de Bruin ergert zich net als Privacyzone aan advocaat Osinga die de redactie van Radar en de luisteraars en bezoekers van de website van het consumentenprogramma verkeerd informeert over de AVG. Hij zorgt daarmee voor veel ruis over de AVG.

De Bruin is in tegenstelling tot Osinga wel gespecialiseerd in privacyrecht.

De Bruin heeft mogelijk ook goede connecties in de journalistiek. Hij wordt op Twitter gevolgd door misdaadjournalist Mick van Wely van de Telegraaf, die zijn carriere ooit begon bij Dagblad van het Noorden.

De Bruin ziet overigens afgezien van de vingerafdrukken wel een ander aanknopingspunt op basis waarvan nabestaanden toch een klacht kunnen indienen op basis van de AVG.

“De vingerafdruk zelf zegt niets over de familieleden (in tegenstelling tot bijv. resultaten van erfelijkheidsonderzoek op (weefsel van) overleden personen)”, schrijft De Bruin op Twitter. “Toenadering van de nabestaanden voor een commercieel aanbod moet verder conform de AVG en de Telecommunicatiewet.”

Kortom: Mag Dela na de begrafenis nabestaanden commercieel benaderen om andere producten te verkopen? Of had Dela daar schriftelijk toestemming voor moeten vragen bij het afsluiten van de overlijdensrisicopolis of het accepteren van de opdracht om de begrafenis van een dierbare te verzorgen?

De gevolgen van knip-en-plak journalistiek

Diverse landelijke media plegen knip-en-plak journalistiek en nemen het bericht van Radar zonder het zelf te checken of van meerwaarde te voorzien klakkeloos letterlijk over. Vervolgens gaan mensen op social media er mee aan de haal.

Volkomen onnodig, want net als Osinga had iedere serieuze journalist met een eenvoudige zoekactie op Google kunnen achterhalen dat vingerafdrukken van overledenen volgens de AVG geen persoonsgegevens zijn. De uitleg van de Autoriteit Persoonsgegevens staat bovenaan de zoekresultaten bij de zoekopdracht ‘overleden AVG’.

Handelswijze Dela uiterst bedenkelijk

Ondertussen blijft de handelwijze van Dela natuurlijk bedenkelijk. Een uitvaartorganisatie die om commercieel gewin zonder enig gevoel de eer van overledenen schendt gaat duidelijk over lijken.

Logisch dat verbolgen mensen pleiten voor juridisch onderzoek. Alleen is de Algemene Verordening Gegevensbescherming daar niet geschikt voor. Maar misschien is het wel de moeite waard om Dela aan te klagen wegens grafschennis.

Wat is grafschennis?

Grafschennis is opgenomen in artikel 149 Wetboek van Strafrecht. Het artikel luidt als volgt: “Hij die opzettelijk een graf schendt of enig op een begraafplaats opgericht gedenkteken opzettelijk en wederrechtelijk vernielt of beschadigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”

Net als bij de AVG is de eerste reactie op basis van de letter van de wet nu natuurlijk dat de overledene nog niet in een graf lag toen de vingerafdrukken werden afgenomen. En dus kan er dan geen sprake zijn van grafschennis.

Jurisprudentie over grafschennis

Maar er staat op de website Problemenmetjustitie.nl ook interessante jurisprudentie over het wetsartikel dat over grafschennis gaat.

“De rechter heeft ook een echtgenoot die het graf van zijn overleden partner open heeft gemaakt om haar nog even vast te kunnen houden, veroordeeld voor grafschennis.”

Als een rouwende partner bestraft wordt omdat hij of zij om emotionele redenen nog een keer de hand van zijn overleden maatje wil vasthouden zou je toch denken dat het logisch is dat een uitvaartorganisatie als Dela ook wordt bestraft voor het om commerciele redenen aantasten van de waarde van overledenen. Dat is toch evengoed grafschennis.

Wanneer is er sprake van een graf?

Het gaat hier eigenlijk om de definitie graf. Wanneer is er sprake van een graf? Zou je kunnen stellen dat iemand in zijn graf ligt zodra hij in een lijkkist ligt? Het zou in deze zaak interessant zijn om daar een uitspraak van een rechter over te krijgen.

De les van dit artikel is dat de AVG niet een wet is die te pas en te onpas overal automatisch bij betrokken kan worden. Dat hebben goede privacymanagers tijdens hun opleiding geleerd. Ze leerden ook dat ze behalve naar de AVG ook rekening moeten houden met andere wetten en toezichthouders. En deskundig extern advies moeten vragen voor zaken waar ze niet voor geleerd hebben.

Melden van grafschennis

In dit geval adviseert PrivacyZone nabestaanden van overledenen waarvan Dela vingerafdrukken heeft afgenomen om deze zaak bijvoorbeeld aan te kaarten via een advocaat of via Centraal Meldpunt Nederland. “Vermoedens dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan grafschennis door een grafroof te plegen of vernieling aan te richten kunt u melden via Centraal Meldpunt Nederland: Meld.nl”, staat er op deze website.

”Facebook en Google gebruiken onze eigen persoonsgegevens met militaire efficiëntie tegen ons”

„Onze eigen informatie, van het alledaagse tot het zeer privé, wordt met militaire efficiëntie tegen ons gebruikt.“

CEO Tim Cook van Apple gaat tijdens de conferentie over gegevensbescherming in Brussel frontaal in de aanval tegen zijn rivalen Facebook en Google. Hij uit heftige kritiek op de manier waarop Facebook en Google gebruik maken van de persoonsgegevens van hun klanten.

Dat winsten boven privacy worden geplaatst is niets nieuws, zegt Cook. „Maar inmiddels is er een hele industrie uit voortgekomen.“

Militaire efficiëntie

“Onze eigen informatie, van het alledaagse tot het zeer privé, wordt tegen ons gekeerd met militaire efficiëntie,” zegt Cook.

De bedrijven verzamelen gegevens over hun gebruikers en verkopen de profielen vervolgens aan de reclame-industrie.

Daarom zijn diensten zoals Facebook, de Google search of het mobiele besturingssysteem Android gratis voor gebruikers.

Ander bedrijfsmodel Facebook en Google

Facebook en Co. benadrukken altijd dat de collecties anoniem zijn en dat uit de gegevensbestanden geen conclusies kunnen worden getrokken over individuele gebruikers.

Gegevensbeschermers ontkennen dat.

„De onschadelijke fragmenten van informatie worden volgens deze deskundigen ,,zorgvuldig samengesteld, verhandeld (…..) en verkocht,” zegt Applebaas Cook.

Apple is volgens Cook veel voorzichtiger met het verzamelen van gebruikersgegevens. Apple verdient zijn geld niet hoofdzakelijk met reclame, maar met de verkoop van apparatuur en abonnementsdiensten.

Facebook heeft geen melkkoe van een miljard dollar, zoals de iPhone, in zijn assortiment.

Voldoet de Payroll organisatie waarmee jij samenwerkt wel aan de AVG? 30 procent houdt geen verwerkingsregister bij

Ruim dertig procent van de salarismedewerkers en -adviseurs zegt onvoldoende geïnformeerd te zijn over de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de gevolgen voor de salarisadministratie.

Dat blijkt uit het Trendonderzoek Salarisprofessionals 2018 van Nederlands Instituut Register Payroll Accounting (NIRPA).

Het onderzoek werd in opdracht van het NIRPA uitgevoerd door Performa en Berenschot.

Het onderzoek is ook van belang voor alle organisaties die gebruik maken van de diensten van Payrolling organisaties. Zij zijn op basis van de AVG verplicht om te controleren of organisaties waar zij mee samen werken zich aan de wet houden.

Nog geen verplicht verwerkingsregister

 

30% van de salarisadministrateurs geeft in de enquete aan dat er nog geen register van verwerkingsactiviteiten wordt bijgehouden. Zo’n verwerkingsregister is in veel gevallen verplicht.

Het NIRPA is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de functie van salaris professionals in Nederland werden alle salarismedewerkers en -adviseurs uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Het onderzoek is niet alleen gericht op NIRPA geregistreerde Payroll Professionals.

 

De invoering van de AVG is volgens 89% van de salarisadministrateurs dit jaar veruit het belangrijkste onderwerp op hun vakgebied.

Uit het onderzoek blijkt dat de positie van de salarisadministrateur bij de invoering van wetten zoals de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) steeds belangrijker wordt.

De salarisadministratie werkt met veel privacygevoelige informatie, waar efficiënt en zorgvuldig mee moet worden om gegaan.

Onvoldoende geïnformeerd over AVG

Ondanks het duidelijke belang van de AVG is de informatievoorziening over de wet volgens het onderzoek bij veel organisaties nog niet onder controle.

De onderzoeksresultaten worden op 11 september toegelicht en gepubliceerd tijdens het jaarlijkse NIRPA congres.